| MONTAGEFICHE EN VERWERKINGSVOORSCHRIFTEN PROMONTA-GIPSBLOKKEN | ||
|
TRANSPORT EN OPSLAG De gipsblokken dienen bij transport en opslag tegen toetreding van water te worden beschermd en droog gestapeld.Ter voorkoming van toetreding van water in gipsblokken dient de verwerking zoveel mogelijk te geschieden, nadat het gebouw glas- en waterdicht is. |
||
|
||
| VOORBEREIDING DER WERKZAAMHEDEN
Na volledige opkuis van het werkniveau worden de wanden uitgelijnd op de werkvloer, en worden het nodige aantal stelprofielen tussen vloer en plafond in het lood geplaatst. De op te richten wanden zullen tegen deze stelprofielen worden geplaatst. |
||
|
||
|
BEREIDING VAN DE LIJM De poedergipslijm Promontine wordt in zuiver water gestrooid tot verzadiging. Na ongeveer drie minuten wordt het mengsel gemengd tot men een homogene brei bekomt.De vloeibaarheid van dit mengsel moet zodanig zijn, dat bij montage de lijm uit de voegen welt en de blokken en de voegaansluitingen minimaal zijn. Te dikke lijm kan niet meer gebruikt worden voor het lijmen van de blokken. |
||
|
||
|
MONTAGE DER PROMONTAWANDEN Om de wanden te beschermen tegen optrekkend vocht, wordt eventueel een kunststoffolie of dergelijke geplaatst. Plaatsing der eerste rij: Bij te ruwe draagvloeren wordt onder de wand uitgevlakt met mortel,
plaaster of plaasterlijm-mengeling.De eerste rij dient vlak geplaatst
teneinde het openen van de verticale voegen te voorkomen.De blokken
worden met de tand naar de bovenzijde gezet en de verticale voegen
worden met tand en groef in mekaar geplaatst na verlijmen van deze
voegen. |
||
|
||
|
Tweede en volgende rijen: Het eerste blok van de tweede rij dient zodanig geplaatst, dat de verticale naden verspringen. De zaagoppervlakten dienen ontstoft te worden. Na verlijming van de horizontale en verticale voegen, worden de gipsblokken met hun tand- en groefverbinding nauwsluitend in mekaar geplaatst, zodanig dat aan beide zijden van de wand de lijm uit de naden welt. De speciale tand- en groefverbindingen van de Promontagipsblokken laten toe dat de overtollige gipslijm eveneens in deze holte kan uitwellen. Na het plaatsen van iedere rij blokken dient met de regel de vlakheid van de wand nagezien |
||
|
||
|
Plaatsing bovenste rij: De gipsblokken dienen op maat gezaagd, zodanig dat de bovenvoeg tegen de zoldering ongeveer 1,5 à 2 cm bedraagt. De zaagvlakken dienen degelijk ontstoft te worden. Teneinde de afval te beperken, kan de bovenste rij blokken eventueel vertikaal geplaatst worden, en kunnen zaagstukken in de volle wand worden verwerkt. Nadat de wand nagezien werd op vlakheid en in het lood staan, wordt de wand in de bovenvoeg voorlopig vastgezet. Met de uitwellende lijm worden de naden opgestopt en glad gestreken en de eventuele beschadigingen gedicht met een gips- of lijmgipsmengsel. Om de stabilisatie van de vloeren en wanden toe te laten, wordt de bovenvoeg bij voorkeur opgestopt na de totale belasting van de vloerplaten. In dit verband verwijzen wij naar de technische voorlichting Nr. 132 van september 1980 van het WTCB. Om de afscheuringen der gipsblokkenwanden tegen de ruwbouwconstructie te beperken, heeft het voorkeur de bezettingswerken na het plaatsen van de gipsblokken uit te voeren. Eventueel kan de gipsblokkenwand aan de ruwbouwconstructie verbonden worden door het plaatsen van ankers. Dit dient bepaald te worden in functie van het ontwerp. Hier kan eveneens gebruik gemaakt worden van U-profielen eventueel voorzien van soepele voegband. De plaatsing van de gipsblokkenwanden tussen draagstructuren (beton en metselwerk) dienen ± 1,5 cm uit het vlak geplaatst, teneinde de pleisterwerken toe te laten. Indien wanden dienen gebouwd buiten het traditionele bouwconcept o.a. vrijstaande muren, lange muren, uitzettingsvoegen, niet zijdelings gesteunde muren, abnormale hoogten enz... dient vooraf deze situaties bestudeerd te worden. |
||
|
||
|
Verbindingen tussen Promonta gipsblokkenwanden: Twee wanden die in mekaar aansluiten (kruis, T, L, enz...) dienen in mekaar vertand te worden om de twee lagen en minimum tweemaal per verdiephoogte. DEUROMLIJSTINGEN Normale houten deuromlijstingen: De blokken van de vier eerste rijen dienen hetzij onmiddellijk op juiste deuropening geplaatst, hetzij enkele centimeters te ver geplaatst. Indien de deuropeningen niet doorlopend zijn tot het plafond, wordt de vijfde rij blokken doorlopend geplaatst, zodanig dat de twee blokken boven de deuropening een steun hebben op de zijkanten. In de deuropeningen worden de blokken voorlopig ondersteund. Na volledige verharding van verlijming worden de deuren op maat uitgezaagd. Bij kleine linteelhoogte boven de deur dient eveneens voorzieningen getroffen. Bij deuropeningen groter dan 1.00 m, dient eventueel een versterking te worden voorzien. Deuren type nastelkozijnen (type polynorm e.d.): In dit geval is er speciale aandacht noodzakelijk voor het uitzagen der deuropeningen. Hier is sterk aan te raden de aflijning der deuropeningen uit te voeren, nadat de juiste passen (+ 1.00) uitgezet zijn. Eventueel dienen de juiste toleranties van het uitzagen vooraf te worden bepaald. Metalen deuromlijstingen: Metalen deuromlijstingen worden gewoonlijk vooraf geplaatst. Nadat deze deuromlijstingen volledig haaks, te lood, op niveau geplaatst en gesteund zijn, worden zij in de gipsblokkenwand verankerd. Indien de metalen deurkozijnen achteraf worden geplaatst, kunnen zij eveneens verankerd worden door "opgieten van de deuromlijstingen". Hier dient speciale aandacht besteed aan de hechting tegen de gipsblokken en de opvulspecie. Eveneens dient speciale aandacht gegeven te worden aan het stutten in de deuropening. INWERKEN VAN LEIDINGEN EN TECHNISCHE VOORZIENINGEN IN DE PROMONTA GIPSBLOKKENWANDEN De sleuven en uitsparingen in de gipsblokkenwand dienen uitgevoerd te worden met aangepast gereedschap, t.t.z. frees, boormachine e.d. Breekijzer en schokverwekkende gereedschappen zijn verboden. De infreesingen en doorboringen mogen in ieder geval de stabiliteit van de wand niet in het gedrang brengen. De sleuven en doorboringen dienen na volledige ontstoffing opgestopt te worden tot ± 2 mm onder het wandoppervlak met een gips en of gipslijmmengsel. PLAFONDAANSLUITING DER WANDEN Bij niet vervormbare bouwstructuren kan de bovenvoeg opgestopt worden met een plaasterlijmvoeg, die bij voorkeur na het belasten der draagvloeren wordt aangebracht. De bovenvoeg dient stofvrij te zijn.Bij vervormbare bouwstructuren verwijzen wij vooreerst naar de WTCB TV 132 van september 1980. Hier kan gebruik gemaakt worden van U-profielen waarin de bovenste rij gipsblokken geplaatst worden, een soepele bovenvoegvulling, of achteraf te plaatsen hoekafwerking. Als soepele bovenvoegvulling kan o.a. gebruik gemaakt worden van een soepele voegband of soepele voegspecie. Als soepele voegspecie kan de Elasto WP12 of PU-schuim worden gebruikt. Afscheuringen tussen de gipsblokkenwand en de draagstructuren kunnen visueel beperkt worden door het aanbrengen van een afdichtingsband uit glasvezel. |
||
|
||
|
AFWERKING VAN DE HOEKEN Teneinde de hoeken te beschermen dient er een hoekbescherming geplaatst.De hoeken dienen ruw afgekapt te worden en het hoekprofiel wordt met een plaaster en- of plaastergipslijmmengsel te lood aangebracht. Na uitharding wordt de hoek recht afgewerkt t.o.v. gipsblokkenwand. |
||
|
||
| AFWERKING DER PROMONTA GIPSBLOKKENWANDEN
Nadat de gipsblokkennaden, herstellingen en sleufdichtingen vlak gedicht zijn met een plaasterlijmmengeling, worden de wanden afgewerkt met Promontinelijm of een afwerkingslijm Superpromontine. Deze afwerkingen dienen te geschieden op droge en ontstofte oppervlakten. Indien de wanden betegeld worden, behandeld worden met schuurspecie of dergelijke, dient de gipswand niet afgefilmd te worden. RICHTLIJNEN VOOR HET BEKLEDEN DER GIPSBLOKKENWAND MET SCHILDER- EN BEHANGWERK Het bekleden der gipsblokken (o.a. schilder- en behangwerken) dient uitgevoerd te worden volgens de richtlijnen van de fabrikanten. Algemeen dient een voorbehandeling en voorstrijkmiddel toegepast. |
||
|
||
MONTAGE
EN AFWERKING
|
||
|
||